headerHome115px
 

Anesthesie

Drie onderdelen
De operatie


Anesthesie bestaat uit drie onderdelen:

  • het in diepe slaap brengen en houden van een dier: de HYPNOSE
  • zorgen dat het dier geen pijn voelt: de ANALGESIE
  • zorgen voor ontspannen spieren: de SPIERRELAXATIE en ONDERDRUKKING VAN REFLEXEN

Voordat een dier in onze kliniek onder anesthesie gebracht wordt, wordt er eerst een pre-anesthetisch onderzoek verricht. Dit wordt gedaan om de eventuele risico’s van een narcose in te schatten. Een dier doet zich namelijk vaak gezonder voor dan het is, waardoor bepaalde problemen verborgen blijven. Er wordt uitgebreid naar het hart en de longen van het dier geluisterd, de polsslag wordt beoordeeld, evenals de lymfeklieren en de temperatuur. Soms is een bloedonderzoek voorafgaand aan de narcose vereist, om problemen van lever of nieren uit te sluiten. Door middel van het pre-anesthetisch onderzoek wordt voor iedere patiënt afzonderlijk een speciaal anesthesieprotocol gebruikt. Wanneer het dier bijvoorbeeld een hartafwijking heeft, worden de gebruikte narcosemiddelen hieraan aangepast.

De operatie: wat houdt de anesthesie dan in?
Na het pre-anesthetisch onderzoek wordt het dier in slaap gebracht door middel van een injectie. Deze injectie kan in de spier gegeven worden, of via een infuus in het bloedvat, waarna het dier binnen enkele minuten in slaap valt. Deze injectie bevat bovendien een pijnstillende component, zodat het dier geen pijn voelt. Wanneer het dier slaapt wordt het operatiegebied voorbereid (scheren, wassen en desinfecteren van het operatiegebied) en daarna wordt het dier op de operatietafel gelegd. Wij maken gebruik van inhalatie-anesthesie. Dit wil zeggen dat het dier een gasvormig narcosemiddel, toegediend krijgt, gecombineerd met zuurstof. Dit gebeurt via een zogenaamde tracheotube, een rubberen buisje dat in de luchtpijp van het dier wordt gebracht, zodra het dier slaapt. Door middel van het gasvormige narcosemiddel blijft uw dier in slaap gedurende de operatie. Tijdens de operatie worden diverse parameters geregistreerd. Door middel van een elektronisch apparaat kan de anesthesist uw dier nauwkeurig in de gaten houden. Het apparaat meet:

  • de hartslag
  • de diepte en frequentie van de ademhaling
  • de hoeveelheid zuurstof in het bloed
  • de hoeveelheid narcosegas (in- en uitademing)
  • de hoeveelheid zuurstof die in- en uitgeademd wordt, etc.

Deze apparatuur helpt ons de patiënt zo stabiel mogelijk te houden. Reeds bij een kleine afwijking worden er door het apparaat signalen gegeven en kan de anesthesist de slaapparameters aanpassen. Er wordt dus op een vroeg stadium direct ingegrepen, voordat er werkelijk een probleem ontstaat. Tijdens de operatie controleert de anesthesist eveneens regelmatig de temperatuur en of de narcose diep genoeg is. Zo wordt de slaap in stand gehouden.
Wanneer de operatie klaar is, wordt de toevoer van narcosemiddel gestopt en wordt er nog gedurende enkele minuten zuurstof toegediend. Wanneer het dier wakker is en slikt, wordt de tracheotube verwijderd en wordt het dier van de operatietafel in een verwarmd hok gedragen. De vitale functies worden regelmatig gecontroleerd. Pas wanneer het dier geheel wakker is, mag het met u naar huis. Dit is vrijwel altijd nog dezelfde dag.

anaesthesie

Hond onder narcose

 

 


 

spacer20pxNederlands

English