headerHome115px
 

Konijnen

Algemeen
Aanschaf
Huisvesting
Voeding
Vruchtbaarheid
Verzorging en hanteren
Vaccinaties
Ziekten:
Abcessen
Gebitsproblemen
Myiasis
Myxomatose
Oormijt
VHS

Algemeen (zie ook de konijnenbijsluiter op www. LICG.nl)
Er zijn ongeveer vijftig verschillende konijnenrassen. Deze onderscheiden zich onder andere door   vachtkleur, vachtlengte, bouw en formaat. Er bestaan bovendien konijnen met rechtopstaande oren maar ook met hangoren. Kleine rassen, zoals bijvoorbeeld de Nederlandse hangoordwerg,
wegen ongeveer één kilo. Een Vlaamse reus kan daarentegen wel acht kilo wegen. Vaak zijn de kleine konijnen wat feller en schrikachtiger dan hun grote soortgenoten.
In de natuur leven konijnen in grote groepen in grasland, duinen of heidegebieden. Ze zetten hun territorium af met keutels, plasjes en door hun kin langs voorwerpen te wrijven. In de groep is een hiërarchie aanwezig. Konijnen hebben zelfgegraven holen en gangenstelsels met meerdere uitgangen, maar brengen veel tijd boven de grond door met voedsel zoeken, rennen en spelen. Ze eten vooral in de nacht en ochtend. Midden op de dag rusten ze. Konijnen vinden het prettig om bij elkaar te liggen en elkaars vacht te verzorgen.

Aanschaf
Bij de aanschaf van een konijn zijn de volgende punten van belang:

  • de oogjes moeten helder staan en schoon zijn
  • de oortjes moeten schoon zijn
  • het neusje moet schoon zijn
  • het konijn moet rustig en regelmatig ademhalen
  • het konijn moet levendig zijn en geïnteresseerd zijn in zijn omgeving
  • de vacht moet mooi glanzend zijn en zonder kale plekken
  • het konijn mag geen diarree hebben, geen plakpoep aan het achterwerk
  • check het geslacht als je al andere konijnen hebt en geen jongen wil!

Huisvesting
Konijnen zijn echte groepsdieren. Ze leven niet graag alleen: houd daarom minstens twee konijnen samen in een hok. Als u twee mannetjes neemt, is de kans groot dat er vechtpartijen uitbreken wanneer ze volwassen worden. Een ongecastreerd mannetje en een vrouwtje in één hok geeft hele andere gevolgen: jonge konijntjes. Een mannetje en een vrouwtje is meestal de beste combinatie, maar laat dan in elk geval het mannetje castreren. Twee vrouwtjes of gecastreerde mannetjes
kunnen vaak goed samenleven, zeker als ze op neutraal terrein (dus buiten het hok) rustig aan elkaar kunnen wennen en voldoende ruimte hebben. Zet echter nooit twee vreemde volwassen konijnen zomaar bij elkaar, ze kunnen elkaar flink verwonden.
De grootte van het hok hangt af van het formaat van de konijnen en hun aantal. Twee kleine konijnen kunnen met 150 x 60 x 60 centimeter goed uit de voeten. Een konijn moet in zijn hok kunnen lopen en rechtop kunnen zitten. Konijnen kunt u prima buiten houden. Als
u konijnen buiten wilt laten leven, zet ze dan voor het eerst buiten in de zomer.
Als ze buiten gewend zijn, ontwikkelen ze een wintervacht waarmee ze stevige vrieskou kunnen weerstaan. Zorg er wel voor dat de konijnen zich warm kunnen ingraven in bijvoorbeeld een dikke laag stro en dat het binnenhok water- en winddicht is. Plaats het hok zo dat er geen ijskoude noordenwind in kan blazen, en zo dat de konijnen ‘s zomers de schaduw op kunnen zoeken. Konijnen kunnen slecht tegen temperatuurschommelingen. Het is daarom niet verstandig om een
buitenkonijn ‘s winters steeds naar binnen te halen. Het gelukkigst zijn konijnen in een buitenhok
waar ze vrije uitloop hebben, of in een binnenhok waar ze dagelijks ook een paar uur uit mogen. Laat een konijn echter nooit zonder toezicht los in huis. Elektriciteitskabels leveren gevaar op: werk ze bijvoorbeeld weg in kabelgoten, want u kunt uw konijn niet afleren eraan te knagen!
Zorg in de buitenren voor een ondergrond van bijvoorbeeld deels tegels, deels zand of gras, en breng een laag gaas aan een eind onder de grond om te voorkomen dat het konijn zich een weg naar de vrijheid graaft. Zorg er ook voor dat er geen katten of roofvogels van bovenaf in de ren kunnen komen! Als het hok binnen staat, mag het niet op de tocht, bij een verwarmingsbron of in de zon staan. Als bodembedekker in het binnenhok is een laag kranten met daarop stro of hooi geschikt. U kunt ook een onderlaag van bodemmateriaal op basis van maïs of hennep gebruiken. Zaagsel is ongeschikt, dit is vaak stoffig en er zit naaldhout in, waaruit giftige dampen kunnen ontstaan. Konijnen zijn heel schone dieren, ze doen hun behoefte het liefst in een vaste
hoek van hun verblijf. In de hoek die uw konijn als toilet kiest, kunt u wat extra kranten of kattenbakvulling op de bodem leggen. U kunt ook een toiletbak neerzetten, bijvoorbeeld een speciale hoekbak, een afwasteil of de onderkant van een kattenbak. Hierin kunt u bodemmateriaal leggen zoals kattenbakkorrels of materiaal op basis van hennepvezel, afgedekt met hooi. Als u de keutels van de konijnen hier steeds in legt, kunt u de konijnen vaak leren om deze bak als toilet te
gebruiken. Dit kan zowel buitenshuis als binnenshuis. Gebruik nooit klompvormende kattenbakvulling, dit kan verstopping veroorzaken als het wordt opgegeten. Pas ook op dat de korrels niet scherp zijn, dit kan de poten beschadigen.

Voeding
Een konijn is een planteneter en heeft behoefte aan heel veel vezels. Die zitten vooral in ruwvoer, zoals hooi en stro. Geef uw konijn daarom elke dag onbeperkt hooi. Ook gras en groenten bevatten vezels, maar wen uw konijn hier langzaam aan om diarree te voorkomen. Niet elke groente is geschikt, van gasvormende groenten zoals kolen, prei en dergelijke kan uw konijn erg ziek worden. Fruit en droog brood zijn weliswaar lekker, maar dikmakers. Het gezondst is het om, naast hooi, hardvoer te geven. Bij de dierenspeciaalzaak is biks (brokjes) en gemengd konijnenvoer te koop. Een groot voordeel van biks is dat het konijn alle voedingsstoffen binnenkrijgt in de juiste verhouding. Houd wel in gedachten dat hooi het hoofdvoedsel moet zijn. Geef een volwassen
konijn niet meer dan 20 tot 40 gram brokjes per kilo lichaamsgewicht per dag zodat uw konijn niet te dik wordt. Geef liefst geen gemengd voer, omdat het konijn daar alle lekkere dingen uit zal vissen. De echte biks laat hij dan liggen, en daar zitten nu net de zo belangrijke vezels in die de darmen goed laten functioneren! Geef dus liever ongemengd voer, dan krijgt het konijn voldoende vezels binnen en heeft hij minder kans op spijsverteringsproblemen.
Een actief buitenkonijn heeft meer voer nodig dan een rustig binnenkonijn. Weeg het konijn eventueel om zijn gewicht bij te houden. Konijnen eten een deel van hun keutels, de zogenaamde blindedarmkeutels, direct uit de anus op. In deze ontlasting zitten onmisbare voedingsstoffen. Vindt u deze zachte, glimmende trosjes keutels vaak terug in het hok, dan is de kans groot dat uw konijn teveel voer krijgt. Konijnen vinden het lekker om op takken te knagen, bijvoorbeeld van wilgen. Dit geeft ze wat te doen, het is goed voor de tanden en het levert extra vezels op. Een konijn moet onbeperkt vers water kunnen drinken. U kunt dit geven in een drinkflesje of in een stevige stenen bak.

Vruchtbaarheid
Konijnen zijn vruchtbaar vanaf drie tot vijf maanden leeftijd. Vrouwtjes, ook wel voedsters of moeren genoemd, kunnen dan drachtig worden. Na 29 tot 33 dagen werpen zij een nest jongen. Een nest bestaat vaak uit drie tot acht jongen, maar kan ook groter zijn. De jongen worden kaal en
blind geboren. Ze worden maar eens per dag door hun moeder gezoogd. Na drie weken komen ze uit het nest, maar pas na zes tot zeven weken zijn ze oud genoeg om hun moeder te verlaten. Houd er rekening mee dat de moeder direct na de worp weer vruchtbaar is. Een konijn kan
gemiddeld zo’n acht jaar oud worden.

Verzorgen en hanteren
Veel konijnen vinden het fijn om geaaid te worden, maar ze worden meestal liever niet opgetild. Als u een konijn wilt optillen, doe dat dan door één hand onder zijn Lichaam te schuiven en met de andere hand zo veel mogelijk vel op de schouderbladen (dus niet in zijn nek!) te pakken. Gebruik uw onderste hand ter ondersteuning: schuif deze onder het achterwerk en druk het dier zachtjes tegen u aan. Til een konijn nooit op aan zijn oren of alleen aan zijn nekvel. Zorg ervoor dat het konijn niet kan spartelen, zijn achterpoten zijn zo sterk dat hij daardoor zijn eigen rug
kan breken! Kortharige konijnen moeten vooral tijdens de ruiperioden regelmatig gekamd
worden. Omdat de vacht van langharige konijnen gemakkelijk gaat klitten, is het verstandig hen ook als ze niet ruien dagelijks te kammen. Houd er rekening mee dat de huid van konijnen gevoelig is; het trekken aan klitten is uit den boze. Bij de dierenspeciaalzaak zijn borstels te koop die geschikt zijn om de tere konijnenvacht mee te borstelen. Ook moet u controleren of de nagels niet te lang worden en ze laten knippen als dat nodig is. Maak het hok regelmatig schoon. Als het gaat stinken, bent u te laat! Ververs liefst dagelijks de bodembedekking in de toilethoek. Ververs elke dag het drinkwater en maak regelmatig het drinkflesje en de voerbakjes schoon.

Vaccinaties
In april en september is het tijd om uw konijn te laten vaccineren tegen myxomatose en VHS. De konijnen die reeds bij ons gevaccineerd zijn krijgen een oproep thuisgestuurd. Mocht u een konijn hebben dat nog nooit bij ons geweest is, of u heeft geen vaccinatie-oproep gekregen, dan kunt u contact met ons opnemen op tel. 040-2540958.
De konijnenvaccinaties zullen gegeven worden op speciale konijnenspreekuren, die plaatsvinden in ons hoofdgebouw aan ’t Heike in Veldhoven . Voor de datum van dit konijnenspreekuur verwijzen we naar het onderdeel 'Praktijknieuws' op deze site. Het konijnenspreekuur is op afspraak en u kunt hiervoor telefonisch een afspraak maken.

Moet mijn konijn gevaccineerd worden?
U kunt ervoor kiezen om uw konijn te vaccineren tegen Myxomatose en VHS (Viraal Hemorrhagisch Syndroom). Bij konijnen die buiten zitten en dus in contact kunnen komen met wilde konijnen, is het zeker aan te raden. Myxomatose wordt verspreid door muggen. Deze ziekte komt dus vooral voor in die tijd waar ook veel muggen voorkomen (zomer, nazomer). Konijnen die binnen staan kunnen dus ook besmet worden als de muggen naar binnen vliegen.
VHS wordt door de lucht verspreid en is erg besmettelijk! Konijnen die binnen zitten hebben minder kans om besmet te raken. Dit virus waart nogal eens rond bij wilde konijnen. We zien dan dat een groot deel van de wilde konijnenpopulatie sterft (ongeveer 80%). Bij tamme konijnen die buiten zitten kan dit leiden tot een plotselinge dood zonder enige symptomen. Soms ziet een eigenaar wat bloed uit de neus of bek komen. Voor meer informatie over myxomatose en VHS, kijkt u bij ziekten. (link naar ziekten konijn)

ZIEKTEN

Abcessen
Konijnen hebben regelmatig last van abcessen. Abcessen zijn lokale ontstekingen met etterophoping. Er ontstaat een dikke, zachte, vaak pijnlijke zwelling onder de huid. Abcessen zitten vaak op de kop, vooral op de wangen en de kin. Ze ontstaan soms door vechten van konijnen onderling. Een abces kan ook onderaan de kaak beginnen, door een wortelontsteking van de kiezen of tanden. Bij zo’n abces is het belangrijk om ook goed de kiezen en tanden na te laten kijken. Dat doet de dierenarts d.m.v. een otoscoop.
Een abces wordt onder narcose geopend en gespoeld. Het konijn krijgt dan nog voor antibiotica mee naar huis. Helaas kan een erge infectie ook in het bloed terecht komen en ervoor zorgen dat het konijn ziek wordt en overlijdt.
Bij een abces is het dus van belang dat het zo snel mogelijk geopend wordt, zodat de infectie zich niet kan verspreiden.

Gebitsproblemen
Bij konijnen groeien de tanden en kiezen het hele leven door. Bij een normale stand van de tanden en kiezen, slijten zij tegen elkaar af. Als echter, door genetische factoren, de tanden of kiezen niet mooi op elkaar aansluiten, kunnen zij door gaan groeien en een afwijkend gebit tot gevolg hebben. Een voorbeeld hiervan zijn de olifantstanden. Hierbij groeien de voortanden van het konijn helemaal rond, de huid of het gehemelte in. Het konijn kan dan niet meer goed eten.
Er zijn diverse behandelingen bij gebitsproblemen: knippen, slijpen of trekken van de tanden/kiezen, afhankelijk van de situatie.

Myiasis
Vooral in de zomer en nazomer kunnen konijnen last hebben van myiasis (madeninfectie). Het komt het meeste voor bij konijnen die buiten gehouden worden. Vaak is er een onderliggende oorzaak, bijvoorbeeld diarree, waardoor de vacht vuil en vochtig wordt. Vliegen gaan dan eieren leggen in de vacht van het konijn. De maden die uit deze eieren kruipen, eten vlees en vreten dus het konijn aan. Natuurlijk wordt een konijn hier ziek van en gaat stil in een hoek zitten en wil niet meer eten. Als de eigenaar dit opmerkt en met het konijn op onze kliniek komt, kunnen we proberen om het konijn te scheren en de maden te verwijderen. Vaak is het helaas al erg ver gevorderd en is het konijn zó aangevreten dat het niet meer gered kan worden.
Dus; Zit uw konijn buiten, controleer dan regelmatig de anus van uw konijn en kijk goed of u geen kleine witte wormpjes ziet in de omgeving van de anus. Zeker als uw konijn wat plattere ontlasting maakt, moet u hem goed in de gaten houden.

 

konijn

Konijn

Klik hier voor de konijnenbijsluiter van het LICG

 

 

 

konijnmetmyxomatose

Konijn met myxomatose

Myxomatose

Myxomatose bij het konijn


Myxomatose
Myxomatose wordt veroorzaakt door een virus en wordt met name verspreid door stekende insecten zoals vlooien, muggen en vliegen. Ook is besmetting via direct contact met besmette dieren of materialen mogelijk. De tijd tussen besmetting en de eerste symptomen (=incubatietijd) is enkele dagen tot 2 weken. De ziekte kenmerkt zich door zwelling van de oogleden, mond en anus. Doordat de oogleden erg gezwollen raken kan het konijn niet meer zien en wordt het als het ware blind. Wilde konijnen vormen zo een gemakkelijke prooi voor roofdieren.
Er ontstaan knobbels in de huid, voornamelijk op de oren, rond de mond en op de rug. Na enkele dagen ontstaat er een longontsteking waaraan het konijn zal overlijden. Myxomatose is net als VHS (het Viraal Haemorrhagisch Syndroom) een dodelijke aandoening: na besmetting zal het dier meestal sterven.
Hoe kunnen we deze aandoening voorkomen?

  • probeer insecten te weren uit de hokken door het gebruik van horren of fijnmazig gaas.
  • Voorkom contact met egels, katten en honden, deze kunnen de vlooien overbrengen.
  • Zorg voor een goede hygiëne. Zeker als u meerdere konijnen in verschillende hokken heeft.
  • Zorg bij verdenking van myxomatose dat konijnen geen onderling contact hebben. Let er ook op dat materialen zoals voerbakken en dergelijke goed gescheiden blijven. Geef ieder konijn of konijnenpaar zijn eigen voerbak en drinkfles.
  • Vaccineer uw konijn preventief tegen de ziekte (dit moet 2x per jaar). Voorkomen is immers beter dan genezen! De eerste vaccinatie mag vanaf de leeftijd van 1 maand gegeven worden. Dwergkonijnen echter pas vanaf 3 maanden. Zeven dagen na vaccinatie is het konijn pas beschermd tegen de ziekte.

Oormijt
Als konijnen geïnfecteerd zijn met oormijten, krabben ze veel aan hun oren en schudden frequent met hun kop. Doordat ze krabben verergeren de letsels en ontstaan open wonden die kunnen gaan ontsteken.
Op de oren liggen soms dikke korsten en de gehoorgang is ontstoken. De oormijten kunnen zich ook over het hele lichaam verspreiden als het dier algemeen ziek is.
De oormijten kunnen met een otoscoop (orenkijker) of onder de microscoop door de dierenarts ontdekt worden.
Tegen deze mijten kan het konijn behandeld worden door middel van een wekelijkse injectie, gedurende drie weken. Dan zijn als het goed is alle mijten gedood. Ook zijn er pipetjes voorhanden om thuis toe te dienen. Probeer niet de korsten van de oren te halen, want dit is zeer pijnlijk en het kan gaan bloeden!

VHS
VHS (Viraal Haemorrhagisch Syndroom, ook wel Rabbit Haemorrhagic Disease (RHD) genoemd) is een zeer besmettelijke en dodelijke virusziekte. De ziekte werd voor het eerst in China waargenomen, maar komt sinds 10 jaar ook in Europa voor.
De ziekte verspreidt zich via direct contact tussen konijnen, maar ook via mest, insecten (zoals vliegen) en besmet materiaal (zoals kooien en drinkflesjes). Let op: ook vers geplukt gras kan besmet zijn, zeker op plaatsen waar wilde konijnen komen. Ook via schoenzolen kan het virus overgedragen worden. In veruit de meeste gevallen sterft het konijn een plotse dood, ten gevolge van bloedingen in het lichaam. Soms echter kunnen nog voorafgaande symptomen optreden:
Het konijn eet niet meer, raakt benauwd, krijgt koorts, schreeuwt en tandenknarst. In het laatste stadium van de ziekte zie je vaak schuimige bloederige neusuitvloeiing. Er bestaat geen therapie voor VHS. De ziekte is fataal.
Hoe kunt u uw konijn beschermen tegen VHS?

  • hygiene: zorg voor schone hokken en voederbakken
  • probeer insecten te weren uit de hokken door het gebruik van horren of fijnmazig gaas.
  • vaccineer uw konijn 2x per jaar tegen deze ziekte
  • pluk geen gras op plaatsen waar ook wilde konijnen kunnen komen

Terug naar boven

 

 

spacer20pxNederlands

English