|
Elke hond wordt als pup besmet met wormen door de moeder. Ook volwassen honden besmetten zichzelf snel door het snuffelen en likken aan gras, ontlasting, andere honden enz. Het is daarom belangrijk om een volwassen hond zeker 3 tot 4 keer per jaar te ontwormen. Pups moeten worden ontwormd op 2, 4, 6 en 8 weken leeftijd en op 3, 4, 5, 6 en 8, 10, 12 maanden leeftijd.
Er verschillende merken en manieren van ontworming (pasta, pillen, pipet). De meeste middelen werken tegen de meest voorkomende wormen, zoals de spoelwormen. Maar ze werken niet allemaal tegen lintwormen. Heeft uw hond wel eens vlooien, dan is het zinvol óók tegen lintwormen te ontwormen, want vlooien kunnen de lintworm overdragen. Vraag ernaar bij uw dierenarts.
Maagdarmparasieten kunnen bij puppies diarree en ziekte veroorzaken. Daarom is het verstandig om een pup regelmatig te ontwormen. Pups raken met parasieten besmet via de baarmoeder, de moedermelk en via elkaar in het nest.
De reden dat het ontwormen met name in het eerste levensjaar zo vaak gedaan wordt, is dat ontwormen niet preventief is. In tegenstelling tot een vaccinatie bijvoorbeeld. Een vaccinatie beschermt een dier tegen een bepaald virus, zodat het dier niet ziek kan worden.
Een ontworming verwijdert enkel (een deel van) de op dat moment aanwezige parasieten uit het spijsverteringsstelsel. Een hond die vandaag ontwormd is, kan zich morgen dus weer herbesmetten! En dan is nog niet elke ontworming even sterk. Het kan dus gebeuren dat na een ontwormingsbeurt de hond nog steeds enkele parasieten over heeft in de darm, die dan weer kunnen gaan vermenigvuldigen.
Enkele voorbeelden van wormen:
Spoelworm, haakworm, zweepworm, lintworm. En dat zijn slechts enkele voorbeelden van wormen. Er zijn nog veel meer darmparasieten!
Daarom is het ontwormen van een hond, zeker een pup, van groot belang. Een pup moet immers groeien en spieren, pezen, organen en botten opbouwen. En bij een wormenbesmetting nemen de wormen juist alle voedingsstoffen uit de brokken tot zich. |