Heike Dierrijk klinieken

Telefoonnummer: 040-2540958

SPOED

Bij spoedgevallen zijn wij voor onze patiënten 24 uur per dag bereikbaar via kringdierenarts:

0900 - 44 555 55

Chirurgie & Anesthesie

In onze kliniek worden vrijwel alle operaties uitgevoerd. Bepaalde operaties zijn routine geworden, zoals het steriliseren en castreren van honden, katten. konijnen en knaagdieren. Ook opereren we hamsters, ratten en soms een schildpad of vogel. We beschikken over een volledig ingerichte operatiekamer en gebruiken gasanaesthesie. Dit is zeer veilig, zodat ook de kleinste dieren (bv. knaagdieren) met zo min mogelijk risico geopereerd kunnen worden. Elke narcose is een risico, zowel bij dieren als bij de mens. Ook bij volledig gezonde dieren kunnen complicaties optreden tijdens de operatie. Wij beschikken over uiterst veilige narcose-middelen en zeer moderne bewakingsapparatuur, waardoor de operatie op een zo veilig mogelijke manier uitgevoerd kan worden. Bovendien is er bij elke operatie een dierenarts-anesthesist aanwezig, die zich enkel en alleen bezig houdt met het dier en de narcose. De opererend dierenarts kan zich daardoor volledig concentreren op de operatie zelf, waardoor deze snel en efficiënt verloopt.

 

Vóór elke operatie wordt u altijd eerst uitgenodigd op een consult, waarbij er een pre-anesthetisch onderzoek uitgevoerd wordt. Dit dient om te onderzoeken of het dier in een voldoende goede algemene conditie verkeert om een operatie aan te kunnen. Ook wordt er gekeken of het hart en de longen van uw hond in orde zijn. Op basis van dit onderzoek wordt bepaald welke narcosemiddelen er gebruikt gaan worden. Het narcosemiddel en de dosering daarvan worden namelijk altijd aangepast aan de specifieke eisen van de patiënt, zodat de operatie zo veilig mogelijk verloopt. Na dit consult wordt de afpraak voor de operatie gemaakt.

Wanneer uw dier bij ons op de kliniek geopereerd wordt, brengt u het 's morgens op afspraak bij ons binnen. Het dier moet dan nuchter zijn. Dit wil zeggen dat het die dag niets meer gegeten mag hebben. U mag het dier de avond vóór de operatie nog wel te eten geven, maar 's ochtends niet meer. Een klein beetje drinken 's ochtends mag nog wel. Dit geldt NIET voor konijnen en cavia's, zij mogen wél gewoon eten op de ochtend van de operatie. Na aankomst op de praktijk brengt de anesthesist uw dier met een injectie in slaap en als de slaap diep genoeg is, wordt het dier via een beademingsbuis aangesloten op de gasnarcose en zuurstof. De plaats van operatie wordt dan geschoren en gewassen door de assistenten, waarna de operatie kan beginnen. Als de operatie voorbij is, kan uw dier rustig wakker worden in een ingericht recovery-hok, met kruiken en een warmtelamp erbij. De temperatuur en de vitale functies worden regelmatig gecheckt, zoals ook tijdens de operatie gebeurt. Pas als uw dier voldoende wakker is, mag het naar huis. Wij beseffen dat u uw huisdier natuurlijk het liefst zo snel mogelijk weer op wilt halen, maar voor ons is het van groot belang dat het dier volledig wakker is, op temperatuur is en goed kan slikken en stappen.

Uw dier mag na de operatie die dag slechts een heel klein beetje eten krijgen. Pas de volgende morgen mag u wat meer aanbieden en dit geleidelijk opvoeren naar het normale niveau. Water mag uw dier wel krijgen op de avond van de operatie. Geen volle bak maar een paar keer een klein beetje aanbieden is het beste. Konijnen en knaagdieren mogen wel direct eten krijgen na de operatie.

Wanneer u uw dier op onze praktijk laat opereren, zitten de nacontroles en het verwijderen van de hechtingen in de prijs inbegrepen. Meestal wordt uw dier na drie dagen opnieuw verwacht op de praktijk, zodat we de wond kunnen controleren. Na 10-14 dagen worden dan de hechtingen verwijderd. Tot die tijd is het van groot belang dat uw dier van de operatiewonde afblijft, om ontsteking en open gaan van de wonde te voorkomen. Op zo'n moment moeten we samen met u ervoor zorgen dat het dier de plaats simpelweg niet kan bereiken. Dit kunnen we doen door het dier een T-shirt of boxershort aan te trekken en, in het uiterste geval, door middel van een kap rond de hals. Gelukkig ondervinden de meeste dieren echter geen hinder van de operatie en verloopt de postoperatieve periode voorspoedig en blijft het dier netjes van de operatiewonde af.

Anesthesie (= de narcose)  bestaat uit drie onderdelen:

  • het in diepe slaap brengen en houden van een dier: de HYPNOSE
  • zorgen dat het dier geen pijn voelt: de ANALGESIE
  • zorgen voor ontspannen spieren: de SPIERRELAXATIE en ONDERDRUKKING VAN REFLEXEN

Voordat een dier in onze kliniek onder anesthesie gebracht wordt, wordt er eerst een pre-anesthetisch onderzoek verricht. Dit wordt gedaan om de eventuele risico’s van een narcose in te schatten. Een dier doet zich namelijk vaak gezonder voor dan het is, waardoor bepaalde problemen verborgen blijven. Er wordt uitgebreid naar het hart en de longen van het dier geluisterd, de polsslag wordt beoordeeld, evenals de lymfeklieren en de temperatuur. Soms is een bloedonderzoek voorafgaand aan de narcose vereist, om problemen van lever of nieren uit te sluiten. Door middel van het pre-anesthetisch onderzoek wordt voor iedere patiënt afzonderlijk een speciaal anesthesieprotocol gebruikt. Wanneer het dier bijvoorbeeld een hartafwijking heeft, worden de gebruikte narcosemiddelen hieraan aangepast.


De operatie: wat houdt de anesthesie dan in?

Na het pre-anesthetisch onderzoek wordt het dier in slaap gebracht door middel van een injectie. Deze injectie kan in de spier gegeven worden, of via een infuus in het bloedvat, waarna het dier binnen enkele minuten in slaap valt. Deze injectie bevat bovendien een pijnstillende component, zodat het dier geen pijn voelt. Wanneer het dier slaapt wordt het operatiegebied voorbereid (scheren, wassen en desinfecteren van het operatiegebied) en daarna wordt het dier op de operatietafel gelegd. Wij maken gebruik van inhalatie-anesthesie. Dit wil zeggen dat het dier een gasvormig narcosemiddel, toegediend krijgt, gecombineerd met zuurstof. Dit gebeurt via een zogenaamde tracheotube, een rubberen buisje dat in de luchtpijp van het dier wordt gebracht, zodra het dier slaapt. Door middel van het gasvormige narcosemiddel blijft uw dier in slaap gedurende de operatie. Tijdens de operatie worden diverse parameters geregistreerd. Door middel van een elektronisch apparaat kan de anesthesist uw dier nauwkeurig in de gaten houden. Het apparaat meet:

  • de hartslag
  • de diepte en frequentie van de ademhaling
  • de hoeveelheid zuurstof in het bloed
  • de hoeveelheid narcosegas (in- en uitademing)
  • de hoeveelheid zuurstof die in- en uitgeademd wordt, etc.

Deze apparatuur helpt ons de patiënt zo stabiel mogelijk te houden. Reeds bij een kleine afwijking worden er door het apparaat signalen gegeven en kan de anesthesist de slaapparameters aanpassen. Er wordt dus op een vroeg stadium direct ingegrepen, voordat er werkelijk een probleem ontstaat. Tijdens de operatie controleert de anesthesist eveneens regelmatig de temperatuur en of de narcose diep genoeg is. Zo wordt de slaap in stand gehouden.
Wanneer de operatie klaar is, wordt de toevoer van narcosemiddel gestopt en wordt er nog gedurende enkele minuten zuurstof toegediend. Wanneer het dier wakker is en slikt, wordt de tracheotube verwijderd en wordt het dier van de operatietafel in een verwarmd hok gedragen. De vitale functies worden regelmatig gecontroleerd. Pas wanneer het dier geheel wakker is, mag het met u naar huis. Dit is vrijwel altijd nog dezelfde dag.